Woest wonen is de titel van mijn afstudeerproject aan de TU Delft, voor de masters Architectuur en Bouwmanagement en Vastgoedbeheer, in 1 project. Ik heb het project samen met Jelk Kruk gedaan.
Het project was een combinatie van onderzoek en ontwerp naar de vraag ‘Hoe woont men (beter) in de toekomst?
Met deze vraag als uitgangspunt is geprobeerd grip te krijgen op de woonvraag, geprobeerd de mismatch op de woningmarkt te verklaren en een voorstel te maken hoe deze op te lossen, in een ontwerp en een onderzoeksrapportage.
Het onderzoek
Het Woest Wonen project richtte zich op de zogenaamde kwalitatieve woningnood. De hoofdvraag was hoe aanbieders op de woningmarkt beter op de wensen van de klant (bewoner) kunnen inspelen met behulp van doelgroepenonderzoek. Wij hebben onderzocht of het mogelijk is een beter kwalitatief woningaanbod aan te bieden middels een doelgroepenonderzoek dat gebaseerd is op sociale milieus en levensfasen.
Het woningaanbod betreft hier dan niet alleen de inrichting en uiterlijkheden van de woning maar met name de stedenbouwkundige opzet (verkaveling, openbare ruimte, infrastructuur, services), ookwel het “woonmilieu” genaamd. Wij noemen dit “Woest Wonen”.
Wij hebben daarom onderzocht of een specifieke doelgroepenbenadering hier een bijdrage aan kan leveren. Na 37 interviews met ontwikkelaars, beleggers, gemeenten, marktonderzoeksbureaus en architecten stelden we vast dat er vanuit de zogenaamde “aanbodbepalende partijen” een zeer beperkt beeld is van de toekomstige of de bestaande bewoners.
Het ontwerp
Parallel aan ons onderzoek hebben we op basis van een door ons opgesteld doelgroepenmodel een bouwblok in Amsterdam Noord ontworpen. Het getoonde ontwerp is het resultaat van een complex ontwerpproces waarbij voor verschillende specifieke doelgroepen een passende oplossing is gezocht dat toch een geheel vormt. Zowel de binnenmilieus in het bouwblok, als de ontsluitingen, bouwstructuur en leidingen zijn op elkaar afgestemd.
Met een doelgroepenmatrix gebaseerd op levensfase en sociaal milieu zijn doelgroepen in kaart gebracht. Vervolgens is onderzocht waar en hoe deze doelgroepen wonen en waar ze zouden kunnen wonen. Dit levert een mogelijk vraag op. Door nauwkeurig op diverse schaalniveaus de doelgroepen te beschrijven ontstaat een programma van eisen en kan een ontwerp gemaakt kan worden.
Het ontwerp betreft een woonblok met 150 woningen voor 11 mogelijke doelgroepen met gedeeltelijk overeenkomstige en uitsluitende woonwensen. Binnen dit woonblok zijn diverse kwaliteiten ontworpen; privetuinen, water, uitzicht, beslotenheid, automatisch parkeren, stallings parkeren, woon/werkunits, buurtvoorzieningen, commerciele voorzieningen, collectieve voorzieningen, grote en kleine schakelbare woningen.
De grootste opgave was het op samenhangende wijze organiseren van de voor verschillende doelgroepen bedoelde woningen binnen het bouwblok. Moeten verschillende doelgroepen worden gecombineerd, of juist gescheiden? Welk woningtype wordt toegepast? Welke ontsluiting wordt toegepast, en welk bouwsysteem maakt het mogelijk de woning specifiek te maken maar biedt ook zekerheid dat over enkele (tientallen) jaren nog steeds verhuurbaar of verkoopbaar is? Hoe “werken” de woningen? Waarin komt het doelgroepspecifieke naar voren? Wat zijn de relaties met andere woningen?

Leave a Reply