Verslag
Wij staan op een camping in de vallei van Champagny (le Haut), op ca 1500 meter hoogte. Alle fietsroutes zijn de vallei uit, naar beneden. Dit gebied heet La Plagne, de drie valleien. Een van de valleien is dus de onze. In dit gebied zijn zeer veel Alpentoppen, waarvan veel met kabelbanen te bereiken zijn en sommige ook met de racefiets. La Plagne zelf is daar een van, de Col de La Loze ook. Allebei zijn afgelopen Tour de France beklommen. Die laatste is het dichtstbijzijnde bij de camping. Ik heb nog nooit een Alpencol gefietst en dacht dat het een goed idee was daar verandering in te brengen. Eergisteren had ik al wat kunnen wennen aan fietsen in de Alpen. De Col de la Loze kan sinds 2019 (van twee kanten) beklommen worden lees ik, via Meribel en via Courchevel. Ik kies via Meribel, dan is de terugweg naar de camping korter. De klim start in Brides les Bains en is dan 22 km, over ongeveer 1700 hoogtemeters, gemiddeld 7,5%.

Na de lange afdaling vanaf de camping naar het beginpunt op 600 meter is het eerste deel stevig maar goed te doen. Voor Allues haal ik een wielrenster in. Na ca 7 km, in het dorpje Les Allues, op ca 1000 m hoogte kan ik een bidon bijvullen uit een bron.
Voor Meribel, op ongeveer 1300 meter hoogte, zie ik dat het nog 11 km naar de top is, dat maakt een gemiddeld stijgingspercentage vanaf hier van ca 9%. Ik begin het te voelen. Ik haal de wielrenster weer in. Ik probeer regelmatig te eten en drinken maar dat kost wel moeite door het stijgingspercentage. Ik ben laat begonnen, ca 12 uur van de camping, het is nu zonnig en relatief warm, ca 20 graden. Op de camping is het ‘s ochtends rond zes uur rond het vriespunt. Ik was een beetje benauwd voor guur en koud weer op de top, onder andere daarom wat later gestart maar dat blijkt dus mee te vallen. Meribel is een groot nieuwbouw ski-chalet-oord. Doordat ik na de lunch rij is hier bijna alles dicht. Na Meribel, op ca 6 km van de top, begint het nieuwe pad. Dit is alleen toegankelijk voor fietsers. Er begint daar ook een bos. Hier, tussen 5 en 4 km onder de top zitten heel veel steile stukken. Ik moet een keer afstappen omdat ik niet harder kan dan 7 km/h. Het blijkt hier 16% te zijn. Ik voelde ook kramp in mijn rechterkuit.
Ik ben mijn hartslagmeter vergeten mee te nemen op vakantie, maar mijn Strava zal later zeggen dat vandaag relatief een heel erg zware dag was.

Ik probeer bij te komen en fiets weer door. Tussen km 3 en 2 onder de top, in een open stuk kan ik weer niet harder. Ik probeer door te staan wat meer druk uit te oefenen op mijn pedalen maar krijg kramp in zowel mijn onder en bovenbenen. Ik moet weer afstappen. Ook hier blijkt het 16% te zijn. Het is hier ondertussen boven de 2000 meter. Hier moet ik serieus bijkomen. Ik wordt ingehaald door meerdere wielrenners, de meesten in club- of teamtenue. Ik probeer weer op te stappen maar doe dat onhandig, het is stijl en ik krijg te weinig vaart, en val rechts om op mijn knie. Niets ernstigs maar ik baal wel. Ik wordt ingehaald door een jongen op een gravelbike met lichte bepakking. Hij vraagt of het gaat. Ik zeg ja, ben alleen vermoeid. Ik was echter in staat om Petra te bellen om te vragen mij op te halen. Dat heb ik mede niet gedaan omdat dit pad niet voor auto’s bereikbaar is. Ik ga weer verder. Ik haal de gravelbiker bij. We rijden een stukje samen, hij doet dit vaker, gaat na deze Col naar een hotel en dan morgen verder, andere Cols. You choose one for the first one zegt hij als ik zeg nog nooit een Alpencol gefietst te hebben. We passeren het 2 km punt. Het vlakt wat af, ik fiets wat sneller en ga vooruit. Ik passeer het 1 km punt en na weer een stijl stuk van 16% waar ik staand overheen ga denk ik er te zijn, maar er volgt nog 100 meter met een laatste bult waar ik weer stil val. 50 meter onder de top. Ik laat mijn hartslag dalen en fiets dan het laatste stukje relatief makkelijk. Ik ben boven! 2304 meter boven zee. Een onwerkelijk gevoel omdat ik onderweg drie keer dood ben gegaan. Ik zie een vader en zoon, net voor mij boven gekomen, zij hadden mij ook ingehaald, staan en vraag of ze een foto van mij willen maken bij het naambord. Ik maak ook een foto van hun. De vader heeft deze Col nu voor de tweede keer gedaan. De gravelbiker komt ook boven en ook de wielrenster. Ik had haar zien aankomen de tweede keer dat ik moest afstappen.

Bovenop is er gelukkig een café dat open is. Er is geen taart, wel espresso, cola en water. Ondanks het mooie weer begin ik al af te koelen en trek mijn armstukken, windstopper en regenjas aan en begin aan de afdaling van 1500 meter, naar 800 meter hoogte.
In de afdaling wordt ik een paar keer ingehaald. Ook door de gravelbiker, hij gaat als een komeet, zonder te remmen lijkt het. Ik rem veel, hou niet zo van die hele hoge snelheden. Mijn achterrem lijkt ook wat aan te lopen, voordat ik wegging hoorde ik de schijf bij elke rotatie wat piepen, het wiel loopt niet vrij. Ik heb de rem losgemaakt en blokjes bekeken maar zag niets raars. Misschien had ik de pistons wat moeten terugduwen of zit er een slag in de schijf of het wiel.
Bovenin zijn de bochten slecht in te schatten, ze lopen vaak af naar buiten. Meer naar beneden zijn er minder bochten. Ik daal door Courchevel, een dorp met oude chalets en veel houtsnijwerk.
Beneden aangekomen begin ik aan de klim naar de camping. Eerst door Bozel en dan met gemiddeld 7% en stukjes van 10% naar Champagny. Ik had al bedacht dat ik bij de laatste bakker voor de rit naar de camping even een break zou maken. Dat was nu ook echt nodig, ik heb er tijdens de 7 km elke meter lang over gedroomd. De beloning was groot, de taart en het brood lekker. Mijn kuitspieren stonden te dansen terwijl ik zat. Dit was het tweede moment van de dag dat ik erover dacht Petra te bellen om te vragen mij op te halen.
Het was mijn eer te na maar de komende 2,5 km moest ik nog 200 meter omhoog, 8% gemiddeld. Ik haal diep adem en ga. Eenmaal boven ga ik met een slakkengang door de vallei naar de camping. Wat een dag.

Leave a Reply